De islam - De eenvoudige weg naar geluk
2. De tweede pilaar; het gebed (salaat)
 
Een van de meest prominente en opvallende pilaren van de islam is het gebed. In het Arabisch wordt het gebed “salaat” genoemd. Het islamitisch gebed bestaat uit rituelen en voorgeschreven handelingen en het wordt vijf keer per dag verricht op vastgestelde tijden. Het voornaamste doel van het gebed is om te communiceren met God. Door het hoofdstuk “De Opening” (El Fatihah) te reciteren (het eerste hoofdstuk van Koran) - hetgeen verplicht is in elk gebed - staat degene die bidt voor God, dankt en prijst Hem en vraagt Hem om hem te leiden op het rechte pad. Daarnaast herinnert het gebed de moslim aan het feit dat hij Allah dankbaar dient te zijn voor alle zegeningen in zijn leven en het herinnert hem eraan zich over te geven aan Allah’s wil. Het is tenslotte een wijze om Allah te gedenken en om vergiffenis te vragen voor gepleegde zonden. De Profeet Mohammed (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) vroeg eens aan zijn metgezellen: “Denken jullie dat er vuil achter kan blijven op een persoon, die zich vijf keer per dag baadt in een kreek die langs zijn deur stroomt?”. De metgezellen antwoordde: “Nee, er zal geen vuil op zijn lichaam achterblijven”. De profeet (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) zei: “Precies dit effect heeft het gebed, dat vijf keer per dag verricht wordt. Het wast alle zonden van een persoon weg”.
 
Het gebed is een verplichting voor iedere moslim, die de puberteit heeft bereikt en bij zijn volle verstand is. Het moment van het gebed is afhankelijk van de stand van de zon. Het eerste gebed wordt verricht net na zonsopkomst (fadjr-gebed), net na de middag volgt het tweede gebed (dohr-gebed), dan het derde gebed in de namiddag (asr-gebed), net na zonsondergang het vierde gebed (maghreb-gebed) en het laatst gebed ongeveer anderhalf tot twee uur na het vierde gebed (isha’a-gebed). Het gebed wordt altijd in het Arabisch verricht, hetgeen moslims overal ter wereld in staat stelt om het gebed zonder enige taalbarriere samen te verrichten.
 
In islamitische landen worden moslims via de moskee opgeroepen tot het gebed; in niet-islamitische landen maken moslims vaak gebruik van een gebedskalender, waarop de gebedstijden in hun woonplaats zijn vermeld. Slechts een zeer kleine groep personen heeft vrijstelling van het gebed (zoals bijvoorbeeld jonge kinderen en mensen die niet bij hun volle verstand zijn). Maar zelfs van iemand die lichamelijke beperkingen heeft, wordt verwacht dat hij vijf maal per dag het gebed verricht. Als iemand niet kan staan, mag hij het zittend verrichten en als hij ook niet kan zitten, mag het liggend verricht worden.  Hoe belangrijk het gebed is blijkt wel uit het gezegde dat het verschil tussen een moslim en een niet-moslim is gelegen in het gebed. Doordat het vijf maal per dag is voorgeschreven, bevindt een moslim zich vrijwel de gehele dag in een staat van aanbidding en herinnert hij zich Allah voortdurend.
 
Wanneer een moslim bidt, dient hij zich tot Mekka te richten. Bovendien dient een moslim in een staat van rituele reinheid te zijn. Dit wordt bereikt door de rituele wassing te verrichten. De plaats waar het gebed wordt verricht dient schoon te zijn en men dient iets voor zich te plaatsen (men kan bijvoorbeeld voor een muur bidden of achter een stoel), zodat er niemand voorlangs kan lopen om het gebed te verstoren.
 
Het is voor mannen de bedoeling het gebed gezamenlijk met anderen in de moskee te verrichten. Wanneer men in de moskee bidt, vormt men rijen achter de imam en richt men zich allen richting Mekka. De imam is normaliter degene die het meeste kennis van de Koran heeft. De imam leidt het gebed en degene die achter hem bidden volgen hem. Voor vrouwen is het ook toegestaan om samen te bidden. Zij kiezen dan een vrouw, die het meeste van de Koran kent, en zij neemt plaats in de eerste rij temidden van de andere vrouwen. Vrouwen kunnen ook in de moskee bidden, maar dan volgen zij de (mannelijke) imam.